Voorzitter,
Dank u wel dat ik deze verklaring mag afleggen. Ik doe dat met grote schroom. Ik twijfel nl. op geen enkele manier aan de integriteit van mijn medesynodeleden. U begrijpt: ik heb tegen deze besluiten gestemd, omdat deze mijns inziens lijnrecht ingaan tegen Gods Woord, de Schriften. Tussen haken: ik gun onze zusters al het goede en zal ze geen plek ontzeggen in de kerk. Behalve waar het om de bediening van de verzoening gaat en de bediening van de sleutels van het koninkrijk, en daarmee dus het dragen van de eindverantwoordelijkheid. Dat heeft de HERE luid en duidelijk aan de man toebedeeld. De eenheid van en in de Schrift gebiedt ons dat gehoorzaam te aanvaarden, ook al zou je het anders willen.
‘Adam waar ben je?’, vraagt de HERE en roept hem ter verantwoording over de puinhoop in zijn gezin. Ik heb nog eens goed nagedacht over wat er gisteren en vandaag in onze vergaderingen is gebeurd. Eigenlijk is Gods eigen Woord vogelvrij verklaard door onze synode. Ik zeg dat met heel veel verdriet in mijn hart. Want we hebben maar niet een aantal besluiten genomen over man/vrouw en ambt. Wij hebben als synode in meerderheid uitgesproken dat er een nieuwe manier van Schriftlezen en Schriftverstaan is en dat hebben we gelegaliseerd. Want nu zeggen we: Het is niet helder. Wat er staat, staat er eigenlijk niet. Dus het mag ook anders.
Er wordt in deze kring ook gezegd: Ja, beide meningen zijn volstrekt legaal en passen binnen de bandbreedte van de Schrift. Alsof de HERE Zichzelf zou tegenspreken. Vogelvrij zei ik. We zitten in het Lutherjaar. 500 jaar Reformatie. Luther, die ons leerde zingen (dat is dubbel bidden): ‘Het WOORD, zij zullen het laten staan en niets daarbij bedenken’ (GKB 142/143). Dat geldt niet alleen voor die tegenpartij, maar dat geldt ook voor onszelf: ‘Het Woord, wij zullen het laten staan.’
Maar dat hebben wij gisteren helaas niet gedaan. Wij hebben als synode er wel wat bij bedacht. Je kunt de Bijbel anders lezen dan hij zich aandient. Vanaf nu kunnen we dus alles wat we niet helder vinden in de Schrift, naar onze eigen maatstaven veranderen en aanpassen. Met deze besluiten hebben we mijns inziens Woord en Geest van elkaar losgemaakt en zelfs tegenover elkaar gesteld. Het Woord is dus vanaf nu vogelvrij. Maar Woord en Geest horen bij elkaar en mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden.
Ik zal die weg niet gaan. Want de HERE heeft het laatste woord. Als Hij zegt dat Hij dat niet wil hebben, door de mond van Paulus, dan zal ik me gehoorzaam voegen, ook al snijdt het in mijn en ons eigen vlees. Wees ervan overtuigd: ik had het ook graag anders gezien. Maar als Hij spreekt, dan heb ik en hebben wij maar gehoorzaam te volgen. 2 Petrus 1:20-21: ‘Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar door Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.’ Daarom: evenals Petrus spreekt ook Paulus duidelijke taal. En daar houd ik mij aan.